Inleiding.

Op deze homepage worden diverse onderwerpen opgenomen, die met mijn hobby's te maken hebben, zoals astronomie, archeologie, fossielen zoeken, genealogie, heraldiek en streekgeschiedenis.

 

Astronomie , ook wel sterrenkunde genoemd, is mijn oudste hobby. Al sinds mijn 6de jaar raakte ik geÔnteresseerd  in sterrenkunde. De maan veranderde steeds van vorm en ik zag steeds  verschillende sterren gedurende het jaar verschijnen. Vragen konden niet door mijn ouders worden beantwoord, dus moest op een andere manier kennis worden vergaard. Toen we in 1958 naar Drachten verhuisden, werd ik lid van de plaatselijke openbare bibliotheek. Daar werden allerlei boeken geleend aangaande mijn belangstelling in diverse onderwerpen. Boeken over sterrenkunde waren toentertijd niet zoveel aanwezig.

Soms moesten boeken worden geleend van de Provinciale Bibliotheek in Leeuwarden. Langzamerhand groeide de kennis en omdat ik zelf jarenlang een krantenwijk had, verdiende ik ook een beetje. Zo werd het mogelijk om eerst heel eenvoudige boeken over mijn hobby's te kopen. Later konden meer wetenschappelijke boeken worden aangeschaft. Door veel te lezen, vergrootte mijn kennis van alle hobby's.  Later was het mogelijk om een eenvoudige telescoop te kopen, een lenzenkijker met een maximale vergroting van 250 keer.

In 1964 kon ik voor de eerste keer een Sterrengids kopen, elk jaar verschijnt dat boek met verschijnselen aan de hemel. Zoals de zichtbaarheid van de planeten, maan- en zon opkomsten en ondergangen. En nog veel meer! Zo kon bij goed weer de hemel worden bestudeerd.

Later werd ik lid van de NVWS (Nederlandse Vereniging voor Weer en Sterrenkunde) en van de plaatselijke afdeling Friesland. Enige malen per jaar werden interessante lezingen gehouden en je kreeg kennis aan de andere leden.

Zo vergrote de kennis ook aanzienlijk. Leuke excursies werden georganiseerd naar sterrenwachten. Kort daarna werd ik lid van de werkgroep Maan en Planeten van de NVWS. Jaarlijks werden ťťn of twee bijeenkomsten georganiseerd in De Koepel (voormalige sterrenwacht) in Utrecht. Helaas moest in 2004 de lidmaatschappen worden beŽindigd, alle hobby's werden te duur.

Ook van andere verenigingen werd afscheid genomen. Zo nu en dan worden nog boeken over de sterrenkunde en andere onderwerpen aangeschaft.

 

Fossielen zoeken, archeologie en geologie wekten ook al vroeg mijn belangstelling. Vroeger gingen we altijd in het vroege voorjaar eieren zoeken. Maar je vond in de molshopen ook artefakten en fossielen. We hadden vroeger een leraar aan de LTS, die soms wel het lesuur vulde met het vertellen over fossielen en archeologie. Hij moedigde me aan om ook enige boeken over deze onderwerpen te gaan lezen en naar grond depots te gaan, waar zand werd gewonnen. En ja hoor daar lagen ook fossielen en soms artefakten bij. Via anderen werd ik lid van verenigingen op het gebied van archeologie en geologie.  In1974 deed ik voor het eerst mee aan een opgraving in de binnenstad van Harlingen. Al gauw waren we (de leden van de Wurkgroep Archeologie van het Fries Museum en Fryske Akademy) bijna alle weekeinden bezig met archeologische onderzoeken in Frysl‚n. Er zijn heel veel geweest onder leiding van de oud-archeolooog van het Fries Museum, Gerrit Elzinga.  In 1980 kon ik aan de slag gaan bij de archeologische dienst van het Fries Museum, ook heb ik toen voor keramiek restaurateur geleerd. Menig in duigen gevallen vondsten werden weer door mij in elkaar gelijmd. Sommige waardevolle voorwerpen werden zelfs door mij gerestaureerd. Gereed gemaakt voor de vitrines of uitleningen aan andere musea.

Ik zorgde ook voor de vitrines, bruiklenen en soms het depot. Vondsten door partikulieren konden worden bekeken en eventueel kon soms tot aankoop worden overgegaan.

In mijn tijd bij het Fries Museum was ik ook de kontaktpersoon voor de amateur-archeologen in Frysl‚n. Eind 80er jaren werd een syllabus samengesteld voor de leden van het  AWfb. Dat was een kursus archeologie.  In 1986 verscheen een artikel van een veenterp bij Oldeboorn van Evert Kramer en mij in It Beaken fan de Fryske Akademy.

In 2008 verscheen het boek Diggelgoud (25 jaar Argeologysk Wurkferb‚n), een boek over de archeologie van Frysl‚n, Enige artikelen zijn door mij geschreven.

En in 2009 verscheen het boek "Johannes Siebinga, meer dan een dokter", het boek gaat over dokter Siebinga een vermaard amateur-archeoloog in de vorige eeuw. In dat boek heb ik het artikel van hem uit 1944 aangepast naar de maatstaven en kennis van begin van deze 21ste eeuw.

Veel publikaties van mij worden nog als bron gebruikt in andere publikaties.

In de 80er jaren heb ik een driejarige kadercursus archeologie gevolgd bij de AWN (Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland). Het resulteerde in een getuigschrift, waarin werd medegedeeld dat ik zelf archeologische onderzoeken mag doen, onder leiding van een archeoloog. Het was nogal een intensieve opleiding, maar heb toen veel geleerd. Ook kon ik toen opgravingen doen voor het Fries Museum. In dezelfde tijd werd een cursus Middellandse Zee geschiedenis gevolgd, over de vroegste westerse geschiedenis van het Middellandse Zeegebied. De cursus werd voltooid en beŽindigd door een reis met de andere cursisten te maken naar Egypte in 1988.

In de 80er en 90er jaren ben ik bestuurslid geweest van de AWN-Noord-Nederland. En later in het begin van deze eeuw adviseur van deze vereniging.

Thans ben ik gestopt met alle archeologische besturen.

Tot 1991 ben ik bij het Fries Museum gebleven en langzamerhand verzeilde ik in de archief wereld, waar ik tot eind 2015 heb gewerkt, thans ben ik met pensioen gegaan. Ook heb ik bij het Ryksargyf en de gemeente Smallingerland gewerkt als archivaris.

En van 1995-2013 bij hŻs en hiem  in Leeuwarden.

Van 1983-1986 en van 2000-2014 ben ik bestuurslid geweest van het Argeologysk Wurkferb‚n fan de Fryske Akademy, kortweg AWfb. In die periodes ben ik de skriuwer (secretaris) geweest.

In 1983 werd ik door de commissie van de Rottevalster Veencompagnons gevraagd om deel te nemen aan het schrijven over de geschiedenis van de Rottevalle. Lippe Atsma en Heine Keuning waren de andere schrijvers. Ons boek Rottefalle troch de ieuwen hinne verscheen in 1985  t.g.v. het 300-jarig bestaan van de compagnie. In 2010 werd dat boek herschreven met vele nieuwe onderwerpen. Deel I (1985) was bijna geheel in het Fries geschreven, deel II (2010) voor het grootste deel in het Nederlands, maar ook Fries geschreven onderwerpen werden opgenomen. Heine Keuning was inmiddels overleden, voor hem in de plaats kwam Durk Veenstra.

 

In 1988 werd ik gevraagd door de commissie 900 jaar Oudega (Sm) om deel te nemen aan het boek Geschiedenis van Oudega (Sm), de andere schrijvers waren Bart Friso en Melle Sibma.

Het boek verscheen in 1990. Maar dit zijn niet de enige pennevruchten, voor een komplete lijst van artikelen in dag- en weekbladen, boeken, e.d. zie mijn bibliografie lijst.

 

Streekgeschiedenis heeft veel te maken met de archeologie, geologie en geschiedenis van een bepaalde streek. Voor mij is dat Smallingerland, ik verzamel alle geschiedenis en genealogische gegevens van deze gemeente. Het resultaat is een genealogische database met meer dan 240.000 personen, het schrijven van de geschiedenisboeken van Rottevalle en Oudega. En een rubriek in de Drachtster Courant en mijn  website Geschiedenis van Smallingerland. Verder ben ik de kontaktpersoon archeologie voor de gemeente.

 

Het zoeken naar fossielen resulteerde in een grote verzameling aan fossielen, voor het grootste deel bestaande uit zeeŽgels. Ik werd lid van de Nederlandse Geologische Vereniging en de GEA.

Die organiseerden excursies naar groeves in Nederland, BelgiŽ en Duitsland. Aan enige heb ik meegedaan en fossielen gevonden.

Maar vooral de bijna jaarlijkse 'reiskes' naar Denemarken van 1986-2004 hebben vele honderden soorten zeeŽgels opgeleverd. Dat deed ik samen met Minne Folkertsma.

Ook ging ik met Minne naar Duitse groeves. Zijn verzameling is veel groter, want hij ging ook bijna jaarlijks met anderen naar Frankrijk. Hij heeft toen Franse fossielen voor mij meegenomen.

Zelf heb ik ook Engelse fossielen gevonden aan de Zuidkust.

 

Genealogie en heraldiek waren al vroege hobby's van mij. Op de lagere school kregen we boeken mee naar huis om te lezen. Mijn belangstelling lag toen al in de historische boeken over ridders en  herauten.  De belangstelling was gewekt voor de heraldiek, immers al die ridders droegen verschillende wapens op hun schilden. Waarom was dat zo? Door het lezen over heraldiek werd mij dat duidelijk. Men moest onderscheid hebben op het slagveld, wie was de vriend en wie was de vijand? In 2009 werd ik gevraagd om lid te worden van de Fryske Rie foar Heraldyk.

Sinds 2009 was ik eerst de archivaris en sinds 2010 kwam het secretariaat ook nog bij. Dus ben ik de kontaktpersoon voor dit kollege: skriuwer-argivaris.

Bij die funktie behoort ook een titel, net als mijn kollega's zijn we allemaal herauten, ik werd de Heraut fan de S‚nw‚lden in 2009.

De jeugdserie Ivanhoe uit de 50er en 60er jaren was zeker een impuls om meer te weten komen over die periodes in de middeleeuwen.

Mijn moeder en broers van haar hadden ook belangstelling voor genealogie. Dat genealogie virus heb ik van haar familie gekregen. Al jong wou ik meer weten over mijn familie, wie waren het, wat was hun naam, waar kwam men vandaan?  Alleen wat summiere gegevens waren bekend. Zoals de namen van groot- en overgrootouders waren soms bekend, maar daar bleef het dan bij. In die tijd studeerde ik voor bouwkundige en had geen tijd om onderzoek te gaan verrichten. Op woensdag 19 juni 1974 was het zover, ik bracht voor het eerst een bezoek aan het Ryksargyf, toen nog gezeteld in de Kanselarij.

Die eerste dag kwam ik al met alle voorouders tot 1811 terug. Op eens wist je meer van je familie af, sommige dingen zaten toch anders in elkaar, als je verteld werd.

Daarna zouden nog heel veel bezoeken worden gebracht aan het Ryksargyf en andere archieven in Nederland, Duitsland en Denemarken.

Er zijn nu meer dan 3000 voorouders bekend en ik heb tot 1700 geen zogenaamd kwartier verlies, m.a.w. geen dezelfde voorouders.

Een eerste resultaat van mijn onderzoek, mijn kwartierstaat, werd gepubliceerd in het Genealogysk Jierboekje 1978 fan de Fryske Akademy.

In hetzelfde Jierboekje werden ook de familiewapens van de familie Bekkema en Groenewoud gepubliceerd.

Thans blijkt dat sommige afstammingen niet juist waren, later werd alles nauwkeurig gekontroleerd. Gegevens van andere genealogen bleken niet juist te zijn.

Het is raadzaam om geen gegevens over te nemen van oudere generaties die zijn genoemd in 1978.

In 1986 werd in het Genealogysk Jierboekje een genealogie van Heyn Bootes opgenomen. Heyn is een verre voorouder van mij van vaderszijde.

Hij zou de gemeenschappelijke voorouder worden van een aantal families uit de Dongeradelen.

Verder heb ik een aantal genealogische artikelen geschreven met andere auteurs in Gens Nostra, De Nederlandsche Leeuw en Prometheus.

Van 1982-1989 ben ik de skriuwer geweest van het Genealogysk Wurkferb‚n fan de Fryske Akademy.

Voor dat GWfb heb ik samen met mijn  voorganger Auke de Vries een klein geschiedenisboek geschreven, t.g.v. het 40 jaar bestaan in 1986.

 

Stripboeken verzamelen is een hobby die speciaal is gericht op een aantal stripbladen uit de 50er en 60er jaren en later de Storm en TrigiŽ verhalen van Don Lawrence.

Thuis hadden we  de stripbladen De Arend, Donald Duck en Sjors van de Rebellenclub, later ook nog de Pep en Eppo.

De komplete Nederlandse editie van De Arend heb ik in mijn bezit, verder nog veel verzamelwerken uit die stripboeken, zoals De Man van Staal,.

Vroeger lazen mijn broers de verhalen Eric de Noorman en Kapitein Rob, later heb ik die verzamelwerken ook verzameld.

Menig uur zit ik dan te lezen in die boeken en stripbladen, oude tijden herleven dan weer.

 

Muziek is hoofdzakelijk de belangstelling voor een aantal klassieke componisten, met name Franz von Suppť, Rossini, Strauss broers, Vivaldi, Schubert, Mozart, Von Weber en Verdi.

Maar ook de muziek uit de 70er en 80er jaren vind ik mooi, alsmede synthesizer muziek. Jazz heb ik een hekel aan en de tegenwoordige computer gemaakte muziek vind ik maar niks.

 

In de 70er tot de 90er jaren heb ik gekorfbald bij ODA (Boornbergum), TFS (Drachtster Compagnie) en WÍz Handich (Rottevalle). Ik heb ook deelgenomen aan het bestuur van die klubs.

Voor TFS heb ik samen met Henk de Vries een klein geschiedenis boek over de korfbalklub geschreven, t.g.v. het 40-jarig bestaan in 1986.

 

In de 70er en 80er jaren heb ik een poos paard gereden, het paard was van mijn zuster Trijntje en heette Ramona. Menig rit gemaakt op de merrie Ramona, een bruin warmbloedpaard.

Een mooie, maar dure hobby. Door het overlijden van mijn zuster in 1984 ben ik gestopt met het paardrijden, maar ik zou er zo weer opstappen.

Wat je geleerd heb, verleer je niet.

 

Mijn hele leven hebben we thuis katten gehad, toen ik op mezelf ging wonen, ging mijn kat ook mee. Het zijn prachtige dieren en ze geven je veel liefde en aanhankelijkheid.

Vooral als ze bij je op de schoot kunnen liggen. Ik heb goede herinneringen aan mijn katten en er zijn vele foto's van gemaakt.